LISTSERV mailing list manager LISTSERV 16.0

Help for NEDBIB-L Archives


NEDBIB-L Archives

NEDBIB-L Archives


NEDBIB-L@LIST.ECOMPASS.NL


View:

Message:

[

First

|

Previous

|

Next

|

Last

]

By Topic:

[

First

|

Previous

|

Next

|

Last

]

By Author:

[

First

|

Previous

|

Next

|

Last

]

Font:

Proportional Font

LISTSERV Archives

LISTSERV Archives

NEDBIB-L Home

NEDBIB-L Home

NEDBIB-L  August 2009

NEDBIB-L August 2009

Subject:

Kennis achter de tolmuur

From:

Stol Hans <[log in to unmask]>

Reply-To:

Discussielijst voor Bibliothecarissen en Informatieprofessionals <[log in to unmask]>

Date:

Mon, 3 Aug 2009 06:58:34 +0200

Content-Type:

text/plain

Parts/Attachments:

Parts/Attachments

text/plain (100 lines)

Kennis achter de tolmuur

Wie niet bij een universiteit werkt betaalt zich blauw aan wetenschappelijke gegevens die met belastinggeld ontstonden. Maar open access is in opkomst
Bas Savenije is sinds 1 juni algemeen directeur van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Daarvóór was hij directeur van de bibliotheek van de Universiteit van Utrecht. Net als alle andere bibliotheekmensen heeft hij een eenvoudig ideaal: maak alles wat geschreven is zo toegankelijk mogelijk, voor iedereen. Maar de praktijk is lastiger, vertelt hij in zijn KB.

"Als gezondheidscentra en huisartsen me vragen: kunt u mij toegang geven tot de recente wetenschappelijke literatuur, moet ik ze vertellen dat ik dat niet mag. De uitgevers staan ons dat niet toe. We hebben alleen een licentie voor gebruik binnen de universiteitsbibliotheken en de KB. Het zou prachtig zijn als we ook patiëntenverenigingen, hbo's, roc's en het MKB toegang konden bieden tot de literatuur. Maar het mag niet." Terwijl de KB alles in zijn elektronisch edepot heeft, of het in een oogwenk ergens kan vinden.

De universitaire werker kan tegenwoordig alle literatuur op zijn eigen computer inzien, thuis, 's nachts, op vakantie. Een ongekende weelde. Maar de specialist in een niet-academisch ziekenhuis, de researchmedewerker van een ingenieursbureau of de gewone burger kan dat niet. Hij moet een treinkaartje naar Den Haag Centraal kopen en naar de KB-balie gaan. Of naar een universiteitsbibliotheek. Daar kan hij een artikel in de computer opzoeken en het laten uitprinten. En dan weer terug. Ja, hij kan ook op internet gaan zoeken in de database van de wetenschappelijke uitgeverijen en voor dertig dollar één artikel kopen.

Sybolt Noorda, voorzitter van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, plaatst de kwestie graag in een historisch perspectief. "Het is een vreemde paradox. De digitalisering van informatie is te vergelijken met de instelling in de negentiende eeuw van de openbare bibliotheken. Vóór die tijd was je aangewezen op privébibliotheken, je moest een introductie hebben. Net als die openbare bibliotheken heeft de digitalisering voor de burgers de toegang tot kennis enorm uitgebreid. Maar je moet nu vaststellen dat grote delen van het domein van de wetenschappelijke kennis daarvan zijn uitgezonderd."

Daar komt nog iets bij. Verreweg het grootste deel van het onderzoek dat nu achter de tolmuren ligt, is betaald met het belastinggeld van de burgers. De onderzoekers ontvangen geen honorarium van de uitgevers en ook de redacties en de reviewers doen hun werk meestal voor niets. "Ik vind dat onderzoek dat met publieke middelen betaald is, ook publiek toegankelijk moet zijn", zegt Savenije.

Daar is iedereen in de wereld van de wetenschap het onderhand mee eens. Lex Bouter, vooraanstaand medisch onderzoeker en tegenwoordig rector magnificus van de Vrije Universiteit: "Vind ik ook. Wat met publieke middelen is gefinancierd moet in het publieke domein terechtkomen." Minister Plasterk, via zijn woordvoerder: "Het uitgangspunt is dat al het onderzoek dat met publiek geld gefinancierd wordt, voor iedereen toegankelijk moet zijn."

Om aan dat ideaal nog wat kracht bij te zetten heeft SURFfoundation, het orgaan waarin de Nederlandse universiteiten op gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT) samenwerken, 2009 uitgeroepen tot het jaar van de open access: de toegang voor iedereen tot alle wetenschappelijke informatie.

Hoe staat het daarmee? Zijn er halverwege het jaar al vorderingen gemaakt? Niet zo veel. "Als het in het huidige tempo doorgaat, hebben we nog 21 jaar te gaan", zegt Leo Waaijers, de vroegere directeur van de Delftse Universiteitsbibliotheek.

Berlin Declaration

Toch lijkt het zo eenvoudig. Internet heeft het streven naar open access tot een reële mogelijkheid gemaakt, want je kunt met een eenvoudige handeling nu elk artikel voor iedereen toegankelijk maken. Daardoor gemotiveerd stelde in 2003 een aantal wetenschappelijke instellingen de Berlin Declaration op, een beginselverklaring waarin die vrije toegang werd bepleit. Inmiddels hebben 264 wetenschappelijke instellingen die verklaring ondertekend, waaronder alle Nederlandse universiteiten, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Behalve democratischer kan open access uiteindelijk ook goedkoper zijn. De Australische onderzoeker John Houghton onderzocht in opdracht van SURFfoundation de mogelijke besparingen en kwam vorige maand tot de conclusie dat die voor Nederland wel tot 133 miljoen euro per jaar kunnen oplopen. Voor landen die niet tot het rijke Westen behoren zou met open access nog veel meer gewonnen zijn. "Ik heb cursussen klinische epidemiologie gegeven in El Salvador en Roemenië", zegt Lex Bouter. "Ik was geschokt door de volstrekt tekortschietende toegang die wetenschappers in die landen hebben tot de databronnen."

Achter de horizon

Dat de volledige openbaarheid vooralsnog achter de horizon blijft, heeft verschillende oorzaken. Onderzoekers publiceren hun artikelen het liefst in een toptijdschrift. Niet alleen omdat ze zelf daar een prettig gevoel bij krijgen, maar ook omdat ze daar door hun geldschieters op worden afgerekend.

Zo'n toptijdschrift wordt vaak uitgegeven door Elsevier, Springer, Wiley, Blackwell of een andere commerciële uitgeverij. Die bedrijven verdienen veel geld met de abonnementsgelden die ze in rekening brengen. 's Werelds grootste wetenschappelijke uitgever, Elsevier, heeft een marktaandeel van 25 procent en meldde over 2008 een rendement van 33,4 procent.

De tweede uitgever, Springer, maakt geen cijfers bekend, maar analisten schatten zijn rendement niet veel lager. Andere grote uitgevers doen het ook goed. Informa haalde 30,1 procent in 2008, en Wiley zelfs 41,2 procent.

Goedkoop zijn de abonnementen niet. De abonnementsprijs voor een tijdschrift van goede reputatie kan voor een bibliotheek tot tienduizend euro of meer oplopen - en er zijn er honderden van.

In 2007 gaven de 13 Nederlandse universiteitsbibliotheken zo'n 33 miljoen euro aan tijdschriftabonnementen uit. Dat zal dit jaar weer meer zijn, maar de budgetten van de bibliotheken stijgen niet of nauwelijks. "De abonnementsprijzen stijgen met zo'n 5 procent per jaar", zegt Dick van Zaane, directeur van de bibliotheek van de Wageningen Universiteit. "De uitgeverijen zeggen dat ze steeds meer artikelen te verwerken krijgen en dat ze daardoor meer kosten maken. Maar ik kan me heel moeilijk voorstellen dat je dan jaar in jaar uit op 5 procent stijging uitkomt." Veel keus hebben de UB's niet. "Je hebt ze allemaal nodig", zegt Van Zaane. "Springer en Elsevier hebben monopolies. Je kunt niet naar de concurrent."

Winstgevend

Intussen zijn er al wel wetenschappelijke tijdschriften ontstaan waartoe iedereen toegang heeft. Bijvoorbeeld die van BioMed Central, een uitgever van een kleine 200 tijdschriften. Vanaf de oprichting in 2000 was het doel van de onderneming én open access te bieden én winstgevend te zijn. Ook stond voorop dat de tijdschriften aan peer review moesten doen: de in de wetenschap gebruikelijke methode van strenge beoordeling van de ingezonden artikelen door vooraanstaande onderzoekers. De Nederlander Jan Velterop hielp de initiatiefnemers van BioMed Central bij het vinden van het juiste business-model. "Je moet de geldstroom omkeren", zegt hij vanuit Londen, waar hij woont. "Als je niet de abonnees maar de auteur laat betalen heb je open access, zonder enig probleem."

In het model van BioMed Central betaalt de auteur voor de kosten van de peer review en de overige kosten, maar alleen als zijn artikel wordt geaccepteerd. Gemiddeld is zo'n author fee duizend euro. Vervolgens wordt het artikel gratis en voor iedereen beschikbaar op het net gezet. Velterop: "Je moet van het idee af dat de bibliotheken de publicatiekosten betalen. Dat moeten de financiers van onderzoek doen, die moeten in hun subsidies de publicatiekosten opnemen."

Het model bleek te werken, Velterop kreeg een paar vooraanstaande onderzoekers mee en BioMed Central werd een winstgevende uitgeverij. Zó winstgevend, dat het bedrijf in 2008 door de gevestigde uitgeverij Springer werd gekocht. BioMed Central bleef wat het was: voor iedereen toegankelijk.

Een ander bekend voorbeeld is de Public Library of Science (PLoS). In 2003 besloot een klein comité van wetenschappers zelf een reeks tijdschriften op te zetten en met behulp van een aantal giften is dat ook gelukt. PLoS is een non-profit organisatie en geeft een zevental web-tijdschriften met peer review uit op het terrein van de bètawetenschappen. Ze zijn voor iedereen gratis in te zien. Ook hier worden de onkosten bestreden door de auteurs: als hun artikel wordt geaccepteerd betalen ze een bedrag dat tussen de 1200 en 2900 dollar ligt.

Wellcome Trust

Belangrijk is verder dat bij grote internationale financiers van wetenschappelijk onderzoek het inzicht groeit dat hun geld pas goed besteed is, als de onderzoeksresultaten in het publieke domein terechtkomen. Instellingen als de Britse Wellcome Trust (biomedisch onderzoek, budget 700 miljoen euro per jaar), de Amerikaanse National Institutes of Health (NIH, medisch onderzoek, 20 miljard euro), de 76 Max Planck-instituten in Duitsland (1,3 miljard euro) de European Research Council (900 miljoen euro) en de Europese Commissie (10 miljard euro in de komende 7 jaar) verbinden aan hun onderzoekssubsidies de voorwaarde dat de resultaten voor iedereen toegankelijk moeten zijn. Als het niet meteen kan, dan in ieder geval binnen een half jaar. Sommige uitgevers hanteren namelijk een vorm van delayed open access, na een half jaar of een jaar mag iedereen de publicatie lezen.

Springer is daarin nog verder gegaan. "We zagen dat de wetenschappelijk wereld aan het veranderen was en we dachten: als onze klanten een andere manier van toegang willen, dan moeten we daar wat aan doen." Wim van der Stelt is verantwoordelijk voor de open-access- activiteiten van Springer. Niet alleen kocht Springer BioMed Central, voor zijn eigen tijdschriften zette de uitgever het Open Choice model op: wie dat wil kan zijn publicatie op de website van de uitgeverij publiceren. Na betaling van een author fee, dat wel. Critici vinden dat er op die manier twee keer betaald wordt: de inkomsten uit abonnementen blijven immers bestaan. Van der Stelt: "Dat is tot op zekere hoogte waar. Maar het is een overgangssituatie en we weten nog niet waar we op uitkomen. Als het een succes is, zullen we de abonnementskosten verlagen."

Nog vérstrekkender is een experiment dat Springer heeft opgezet met de Nederlandse bibliotheken, de Max Planck-instituten en de Amerikaanse universiteit van Californië (die 10 vestigingen telt). Alle publicaties van de onderzoekers van die instellingen zijn op het net te lezen, en de auteurs hoeven niets te betalen. De bedoeling is wel dat de bibliotheken hun abonnementen niet opzeggen. "Iedereen is benieuwd wat de nieuwe orde is", zegt Van der Stelt. "Het is een experiment. We doen het nu twee jaar en we bekijken of we ermee doorgaan. We onderzoeken welke gevolgen het heeft voor de citaties en de reputatie." En Springer zal ook wel benieuwd zijn of de inkomsten uiteindelijk gelijk blijven? "Nou", zegt Van der Stelt, "gelijk blijven? Als het enigszins kan willen we natuurlijk groeien."

Geen mode

Dus het gaat met open access toch de goede kant op? "De geest is uit de fles", zegt Jan Velterop. "Het is geen mode, de trend is onomkeerbaar."

Maar het gaat niet erg snel, vindt Leo Waaijers. Hij was directeur van de Delftse UB. Tegenwoordig is hij consultant en betrokken bij allerlei open access-projecten. "Het schuift langzaam op", zegt hij. "Op de universiteit van Lund in Zweden is een register met alle open access tijdschriften. Dat register groeit met ongeveer twee à drie per dag. Zeg maar duizend per jaar Maar als je bedenkt dat er 25.000 tijdschriften zijn, en dat er nu 4.000 open access zijn, dan hebben we nog 21 jaar voor de boeg." Bij de belangrijke tijdschriften is de neiging om naar het open model over te gaan niet groot, signaleert Waaijers. Zeker niet bij de belangrijkste wetenschappelijke uitgever, Elsevier.

Daar wil Nick Fowler, director of strategy bij Elsevier graag wat tegen in brengen. "Wij zorgen er al 130 jaar voor dat de wetenschappelijke wereld maximaal toegang heeft tot de beste wetenschappelijke publicaties", zegt hij. "En we staan individuele onderzoekers toe dat ze de preprints van hun publicaties op hun eigen website zetten of in repositories [zie kader] deponeren. Het is trouwens maar zeven procent van de publicaties dat daarin terechtkomt. De onderzoekers vinden het te veel gedoe." Maar de publicaties in hun definitieve vorm mogen dus niet? Nee, zegt Fowler. "Wij zijn gevoelig voor het argument dat de belastingbetaler voor het onderzoek heeft betaald, maar wij betalen de kosten van de peer review en de correcties. Dus de definitieve versies zijn alleen met ons kwaliteitskenmerk en op onze eigen website te zien." En alleen voor betalende klanten.

Wat moet er gebeuren om open access toch werkelijkheid te laten worden? Wie heeft de sleutel in handen? Van de onderzoekers zelf moet je niet te veel verwachten, zeggen bestuurders en bibliothecarissen. "Vaak weten ze niet waar je het over hebt", vertelt Waaijers. "Ze zeggen vaak 'we hébben toch al open access, we kunnen toch overal bij?' Ze kijken vreemd op als je hun vertelt dat anderen dat niet kunnen." VUrector Lex Bouter: "Ze gaan toch voor de toptijdschriften, en daarbij moet je ze niet te veel voor de voeten lopen."

"Ik zou willen bekijken hoe je de uitgevers een rol kunt geven in een open access-model", zegt Sybolt Noorda. "Meer als intermediairs, als organisatoren. Wat ze doen, doen ze namelijk heel goed. Ze organiseren de peer review en ik beschouw het als een illusie dat de wetenschappers dat zelf zouden kunnen."

En verder zit er maar één ding op, zegt vrijwel iedereen. De financiers van onderzoek moeten open access verplichten, net als de Wellcome Trust, de NIH en de Max Planck-instituten hebben gedaan.

In Nederland wordt het meeste onderzoeksgeld verdeeld door NWO, zo'n 550 miljoen per jaar. NWO verplicht open access niet.

"Ik ben er voorstander van dat NWO open access als voorwaarde aan zijn subsidies verbindt", zegt KB-directeur Bas Savenije. "Het is belastinggeld dat ze verdelen."

"Van NWO hoor je niks", zegt Jan Velterop.

"De financiers hebben de sleutel in handen", zegt Leo Waaijers. "Maar NWO is de grote afwezige in dit proces. Ze hebben in 2005 de Berlin Declaration ondertekend, maar wat doen ze eigenlijk?"

Dat vragen we aan NWO. Via de voorlichter laat de instelling weten "in principe positief tegenover open acces te staan". Het komende half jaar hoopt de instelling "beleid te ontwikkelen". Welk beleid? "Dat kunnen we niet zeggen, omdat we er nog mee bezig zijn."

En de minister? Ronald Plasterk was tijdens zijn wetenschappelijke carrière een bekend voorvechter van open access, hij zat in de editorial board van PLoS Biology. Nu wil hij er alleen over zeggen dat er een werkgroep mee bezig is. En dat het doel is om over een jaar of vier tot een nationale licentie te komen, zodat behalve de universitaire gemeenschap ook anderen toegang krijgen tot wetenschappelijke literatuur.

Leo Waaijers heeft wel een idee waarom het zo langzaam gaat. "De uitgevers hebben een heel sterke internationale lobbyclub, de International Association of Scientific, Technical and Medical Publishers, de STM. Elsevier is daar dominant. Ze komen in driedelig grijs op de ministeries, dat is heel intimiderend. Ze zeggen dat de peer review bij open access teloor gaat - wat onzin is. En ze praten over verlies van werkgelegenheid. Ik zeg wel eens tegen de bibliotheken: weten jullie wel dat je je eigen anti-lobby financiert? Want die club wordt uiteindelijk toch uit de abonnementsgelden betaald."

+ + +

Openbare digitale toegang

Om het ideaal van open access toch gestalte te geven, hebben de meeste universiteiten zogeheten repositories in het leven geroepen: openbaar digitale depots met publicaties van hun medewerkers. De universiteit van Utrecht is er het verst mee. "Het College van Bestuur heeft er net weer op aangedrongen dat de onderzoekers hun artikelen in onze repository stoppen", zegt Saskia Franken, verantwoordelijk voor Igitur, zoals die afdeling van de bibliotheek heet. "Ik had nog liever gezien dat ze het verplicht hadden gesteld, maar dit is ook al heel wat. Ze hebben er bij gezegd, dat we alleen de artikelen mogen opnemen die zijn toegestaan. Als een uitgever het verbiedt, mag het niet." In het Igitur-archief komt nu elk jaar zo'n 25 procent van de Utrechtse wetenschappelijke output, schat Franken. "Het is af en toe wel frustrerend. Wij moeten de auteurs voortdurend overtuigen, dat ze hun publicaties naar ons moeten sturen. Dat is veel beter dan wanneer ze die op hun eigen website zetten. Opname in een repository betekent dat er een universiteitsbibliotheek achter staat. Wij kunnen duurzame toegankelijkheid garanderen, daartoe zijn wij op aarde." Maar hoe nuttig de repositories ook zijn, ideaal zijn ze niet. Om te beginnen is het soort publicaties dat ze bevatten nogal divers: er zitten serieuze tijdschriftpublicaties in, maar ook grijze literatuur en databestanden. En het belangrijkste: ze zijn niet compleet, want veel onderzoekers zien het belang van zo'n openbaar depot niet.


Warna Oosterbaan in NRC Handelsblad, 1 augustus 2009

____________________________________________________________
        Dit bericht is verzonden via [log in to unmask]
Aanmelden? Afmelden? Info? Zie de NEDBIB-L website op http://nedbib.reuser.biz/
      lijstbeheerder: Arno H.P. Reuser    [log in to unmask]

       EEN ANTWOORD GAAT STANDAARD NAAR ALLE LIJSTDEELNEMERS
 Wellicht is uw antwoord alleen zinvol voor de vragensteller
                              Houd hier a.u.b. rekening mee!

Top of Message | Previous Page | Permalink

Advanced Options


Options

Log In

Log In

Get Password

Get Password


Search Archives

Search Archives


Subscribe or Unsubscribe

Subscribe or Unsubscribe


Archives

March 2019
February 2019
January 2019
December 2018
November 2018
October 2018
September 2018
August 2018
July 2018
June 2018
May 2018
April 2018
March 2018
February 2018
January 2018
December 2017
November 2017
October 2017
September 2017
August 2017
July 2017
June 2017
May 2017
April 2017
March 2017
February 2017
January 2017
December 2016
November 2016
October 2016
September 2016
August 2016
July 2016
June 2016
May 2016
April 2016
March 2016
February 2016
January 2016
December 2015
November 2015
October 2015
September 2015
August 2015
July 2015
June 2015
May 2015
April 2015
March 2015
February 2015
January 2015
December 2014
November 2014
October 2014
September 2014
August 2014
July 2014
June 2014
May 2014
April 2014
March 2014
February 2014
January 2014
December 2013
November 2013
October 2013
September 2013
August 2013
July 2013
June 2013
May 2013
April 2013
March 2013
February 2013
January 2013
December 2012
November 2012
October 2012
September 2012
August 2012
July 2012
June 2012
May 2012
April 2012
March 2012
February 2012
January 2012
December 2011
November 2011
October 2011
September 2011
August 2011
July 2011
June 2011
May 2011
April 2011
March 2011
February 2011
January 2011
December 2010
November 2010
October 2010
September 2010
August 2010
July 2010
June 2010
May 2010
April 2010
March 2010
February 2010
January 2010
December 2009
November 2009
October 2009
September 2009
August 2009
July 2009
June 2009
May 2009
April 2009
March 2009
February 2009
January 2009
December 2008
November 2008
October 2008
September 2008
August 2008
July 2008
June 2008
May 2008
April 2008
March 2008
February 2008
January 2008
December 2007
November 2007
October 2007
September 2007
August 2007
July 2007
June 2007
May 2007
April 2007
March 2007
February 2007
January 2007
December 2006
November 2006
October 2006
September 2006
August 2006
July 2006
June 2006
May 2006
April 2006
March 2006
February 2006
January 2006
December 2005
November 2005
October 2005
September 2005
July 2005
June 2005
May 2005
April 2005
March 2005
February 2005
January 2005
December 2004
November 2004
October 2004
September 2004
August 2004
July 2004
June 2004
May 2004
April 2004
March 2004
February 2004
January 2004
December 2003
November 2003
October 2003
September 2003
August 2003
July 2003
June 2003
May 2003
April 2003
March 2003
February 2003
January 2003
December 2002
November 2002
October 2002
September 2002
August 2002
July 2002
June 2002
May 2002
April 2002
March 2002
February 2002
January 2002
December 2001
November 2001
October 2001
September 2001
August 2001
July 2001
June 2001
May 2001
April 2001
March 2001
February 2001
January 2001
December 2000
November 2000
October 2000
September 2000
August 2000
July 2000
June 2000
May 2000
April 2000
March 2000
February 2000
January 2000
December 1999
November 1999
October 1999
September 1999
August 1999
July 1999
June 1999
May 1999
April 1999
March 1999
February 1999
January 1999
December 1998
November 1998
October 1998
September 1998
August 1998
July 1998
June 1998
May 1998
April 1998
March 1998
February 1998
January 1998
December 1997
November 1997
October 1997
September 1997
August 1997
July 1997
June 1997
May 1997
April 1997
March 1997
February 1997
January 1997
December 1996
November 1996
October 1996
September 1996
August 1996
July 1996
June 1996
May 1996
April 1996
March 1996
February 1996
January 1996
December 1995
November 1995
October 1995
September 1995
August 1995
July 1995
June 1995
May 1995
April 1995
March 1995
February 1995
January 1995
December 1994
November 1994
October 1994
September 1994
August 1994
July 1994
June 1994
May 1994
April 1994
March 1994
February 1994
January 1994
December 1993
November 1993
October 1993
September 1993
August 1993
July 1993
June 1993
May 1993
April 1993
March 1993
February 1993
January 1993
December 1992
November 1992
October 1992
September 1992
August 1992
July 1992
May 1992
March 1992
February 1992

ATOM RSS1 RSS2



LIST.ECOMPASS.NL

CataList Email List Search Powered by the LISTSERV Email List Manager